Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

412 De TWEE EDELLIEDEN va»VERONA , Julia.

Waar is Launce ?

Herbergier. Hy is gegaan om zyn' hond te zoeken, dien hy morgen, op bevel van zyn' heer, aan die Dame tot een gefchenk moet brengen.

Julia.

Stil, laaten wy ter zyde gaan, het gezelfchap fcheid.

Proteus. Signor Thurio, vrees niet; ik zal zodanig fpreeken, dat gy zult moeten zeggen,dat myne liflige pooging geene wedergaa heeft.

Thurio.

Waar zullen wy eikanderen wedervinden?

Proteus. By de bron van St. Gregorius.

Thurio.

Vaarwel. (Thurio vertrekt met de Muzikanten.)

VIERDE TOONEEL.

Proteus, S y l v r a. (hoven aan bet venfter.)

Proteus. Ik wensch u een' goeden avond, Mevrouw.

S YLVr a.

Ik dank u voor uw muziek, Mynheeren. Wie heeft daar gefproken?

Proteus.

Een man, Mevrouw, wiens (tem gy ras zoud leeren kennen , wanneer gy de oprechte trouw van zyn hart flechts kende.

Sylvia. Signor Proteus, naar ik gis f Proteus. Ja, fchoone Jongvrouw, Signor Proteus, die uw dienaar is. Syl-

Sluiten