Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

420 De TWEE EDELLIEDEN van VERONA,

dat ik zulk een' jongeling noodig had , die in ftaat is om myne boodfchappen met overleg waar te neemen [want ik kan die niet aan dien gintfchen lompen kinkel toebetrouwen], waar wel voornaa. melyk heb ik u genomen om uw gelaat en houding, welke, indien ik my niet bedrieg, eene goede op. voeding, geboorte, en trouw doen zien; en daarom zal ik u zeggen, want hiervoor heb ik u in myn' dienst genomen, dat gy op dit oogenbiik moet heengaan , en deezen ring aan Donna Sylvia overgeeven. Zy, die my denaelven gegeven heeft, beminde my van harte,

J uli a.

Het fchynt, dat gy haar niet beminde, dewyi gy zo haar pand wegfchenkt. Misfchien is zy overleden? Proteus, Neen, zy is nog in leven , naar ik denk. Julia,

Helaas I

Proteus. Waarom zegt gy, helaas i Julia.

Ik kan niet nalaaten medelyden met haar te hebben.

En vanwaar komt u dat medelyden ? ' Julia.

Omdat het my toefchynt, dat zy u zo fterk beminde als gy thans Donna Sylvia bemint ;zy denkt voorzeker aan hem, die haar liefde vergeten heeft, en gy mymert over iemand, die uwe liefde in den wind flaat, Het valt hart te zien, dat de liefde zo tegenftrydig is, en, wanneer ik dat overdenk, kan ik met nalaaten, helaas! te roepen.

Proteus.

Nu, geef haar deezen ring, en geef haar dien brief hierby; _ daar is haare kamer; — zee aan myne geliefde, dat ik verzoek, dat zy voldol aan de belofte van my haar portrait te fchenken.

En,

Sluiten