Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B £ T S P X L. 4»J

Jut ja.

Mevrouw, hy zend u insgelyks deezen ring. Sylvia,

Dit vergroot nog zyne fcharide» dat hy dien aan my zend; want ik heb hem wel duizendmaal boo« ren zeggen, dat zyne Julia hem dien by zyn ver. trek gegeven had; doch fchoon zyn valfche vinger denzelven ontheiligd heeft, zal echter de myne zyne Julia dit ongelyk niet aandoen.

Julia,

Zy dankt u.

Sylvia.

Wat zegt gy?

Julia.

Mevrouw, ik dank u, dat gy haar genegen zyt. Die arme jongvrouw l myn Heer doet haar groot ongelyk.

Sylvia.

Kent gy haar ?

Julia.

Zo wel, Mevrouw, als ik myzelve ken. Ik be» tuig u, dat ik wel duizendmaal gefchreid heb, wan» neer ik aan haar leed dacht.

Sylvia.

Zy denkt misfchien , dat Proteus haar verlaten heeft?

Julia.

Ik geloof ja; en dat is de oorzaak van haare droefheid.

S ylv.i a. Is zy niet uitmuntend fchoon?

Julia.

Zy is fchooner geweest, Mevrouw, dan zy nn is; zolang zy zich verbeeldde, dat myn Heer haar getrouwelyk beminde, was zy, myns oordeels niet minder fchoon dan gy. Maar zedert dat zy haar' fpiegel verzuimd heeft, en haaren zon afweerenden fluiter heeft weggeworpen, heeft de lucht dcrooDd 4 *««

Sluiten