Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

|14 Di TWEE EDELLIEDEN van VERONA,

zen op haare kaaken doen verwelken, en de lelieblanke verw van haar gelaat doen blaauwen, zodat zy nu zo bruin geworden is als ik.

S tl via.

Hoe groot is zy ?

Julia.

Van myne grootte; want te Pinkfteren, toen •allen onze lustfpelen vertoond wierden, wilden onze jonge lieden, dat ik eene vrouwenrol zou fpeelen, en dus wierd ik gekleed in de kleederen van Signora Julia, welken my, volgens het oordeel van een' ieder' my zo wel pasten, alsof die voor my gemaakt waren geweest; hieruit weetik, dat zy van myne geftalte moet zyn. En op dien tyd heb ik haar in goeden ernst doen fchreijen, want ik vertoonde eene droevige rol, Mevrouw; het was die van Ariadne treurende over de mein'eedigheid van Thefsus, en over zyne onrechtvaardige vlucht; welke droefheid ik door myne traanen zó levendjg wist uit te drukken, dat die arme Juffer, daardoor ten hoogde aangedaan, bitterlyk fchreide, en ik mag de dood fterven, indien ik niet in myn gemoed haare eigene droefheid gevoelde. Sylvia.

Zy heeft veel verplichting aan u, braave jonge» ling. Ach! die arme Jongvrouw.' dat zy zo droevig en verlaten is, ik moet zelve fchreijen, wanneer ik uw verhaal aanhoor. Ziedaar, Jongman, daar is myne beurs, ik geef u dit ter liefde van nwe goede meeftras, omdat gy haar zo bemint. Vaarwel.

Julia.

En zy zal u daarvoor bedanken, wanneer gy haar ooit zult leeren kennen,als eene deugdzaame, milddaadige, en fchoone Jongvrouw. (Sylvia ver. nekt.) Nu heb ik hoop, dat het aanzoek van myn' meefter koel aal ontfangen worden, dewyl zy zo veel jfhting beeft voor % liefde van zyne meeftres.

Sluiten