Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L r S P E L 42J

de H.ebtog.

Hoe is het Signor Proteus ? Hoe is het Thurio ? Heeft ook iemand van u Signor Eglamore binnen kort gezien.

Thurio.

Ik niet.

Proteus»

Ik ook niet«

de H e r t o o. Hebt gy dan myne Dochter geïien?

P rote us. Noch den een', noch de andere.

de Hertog, Dan is zy zekerlyk weggevlucht naar Valentino, dien fchuik; en Eglamore verzelt haar. Het is waar, want Broeder Lorenzo is hen ontmoet, toen hy door het bosch kruifte om boete te doen; hem kende hy terftond, en hy gist ook, dat zy het was ; maar, dewyl zy verkleed was, kon hy het niet met zekerheid zeggen, Daaienboven heeft zy voor. gegeven, dat zy deezen avond wilde biechten in het kluis van Broeder Patrieio, en zy is niet daar geweest , alle deeze omftandigheden beveiligen haare vlucht vanhier. Daarom bid ik u, blyft niet langer ftaan praaten, maar ftygt aanftonds te paard, en wacht my op aan den voet van het gebergte op den weg naar Mantua, werwaarts zy gevlucht zyn. Spoed u, braave Heeren, en volgt my.

(de Htrttg vertrekt.) Thurio.

Dat is toch een wonderlyk meisje, dat haar geluk ontvlucht, terwyl het haar naloopt. Ik zal haar opzoeken, meer om my te wreeken van Eglamore, dan om de liefde van Sylvia, die my niet acht.

(Tburio vertrekt.)

P roteus.

En ik zal hem volgen meer uit liefde voor

Syl-

Sluiten