Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43» De TWEE EDELLIEDEN va» VERONA,

doen, en minder dan dit kunt gy my voorzeker niet geeven.

Valewttwo. (ter zyde.) Hoezeer gelykt alles, dar ik zie en hoor, naar een' droomt o Liefde, geef my geduld om het vervolg af te wachten.'

Sylvia.

Ach! wat ben ik elendig en ongelukkig!

Proteus. Gy waart ongelukkig éér ik kwam, maar myne komst heeft u gelukkig gemaakt.

Sylvia.

Door uwe komst hebt gy my ten hoogfte on« gelukkig gemaakt.

Julia. (Jlil.)

En my, toen hy in uwe tegenwoordigheid ge. komen is.

S yl vi a.

Ach i dat ik door een' hongerigen wolf gegrepen ware, en dien tot een ontbyt had geftrtkt, fdit zou my aangenaamer geweest zyn) dan dat de val. fche Proteus my gered heeft, o, Hemel! gy zyt myn getuige hoezeer ik Valentino bemin, wiens leven my zo dierbaar is als myne eigene ziel, en evenzeer, want fterker is onmooglyk, haat en verfoei ik den valfchen meineedigen Proteus; en daar. om, vertrek, en val my niet meer lastig. Proteus,

Welk eene gevaariyke daad, zelfs het gevaar van de dood, zou ik durven onderdaan om een'vrien» delyken oogwenk van u te verkrygen. Ach! het is een vloek van de liefde, dat eene vrouw dengeenen niet wederbeminnen wil, die haar bemint! Sylvia.

En dat Proteus niet wil beminnen die hem be. mint. Lees in het hart van Julia, uwe eerfte en deugdzaame minnaares, om wier wille gy uwe trouw tot duizenden van eeden gefcheurd hebt;en

allen

Sluiten