Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

434 De TWEE EDELLIEDEN vanVERONA,

voorftellen» De bedekte wonden zyn de gevaar.

lykfte. Ach' welk een vervloekte tyd ! dat onder alle vyanden een vrieBd de ergfte moest zyn' Proteus. Myne fchaamte en myne misdaad doen my verftomd zyn; vergeef het my , Valentino; indien hartelyk berouw een genoegzaam rantfoen is voor myne misdaad, dan bied ik u.dat bydeezen aan,ik iyd thans zo waarachtig als ik ooit misdreven heb.

Valiktino. Dan ben ik voldaan; in houi u od nieuw weder voor een' eerlyk' man. Die met berouw niet vergenoegd is behoort noch in den Hemel, noch op de aard; want die zyn daarmede te vreeden;de tocrn des Eeuwigen zelf word door berouw geftild, en om u te toonen dat myne vriendfchap oprecht en zuiver is, geef ik u zoveel deel aan Sylvia als ik aan haar heb.

Julia.

Ach, my ongelukkige! (Zyüzwymt.)

Proteus. Ziet (wat deert) den jongeling' Valentino. Wel jongman, wel vriend, wat deert u? wat is het geval ? doe uwe oogen open, en fpreek. Julia,

Ach, myn goede Heer' myn Meefter had my belast een' ring te geeven aan Donna Sylvia, het. welk ik verzuimd heb te doen.

Proteus. Waar is de ring, knaap?

Julia, (bem een' ring ovirgeevcnde ) Ziedaar, daar is hy.

Proteus.

Hoe nu, wat zie ik' dat is de ring, dien ik aan Juira gegeven heb.

Sluiten