Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 CAJUS MARC1US CORIOLANUS.

kend; zy hebben reeds veertien dagen lang kun. nen vermoeden , wat wy van voorneemen zyn te doen, en dit zullen wy hen nu met daaden toonen. Zy zeggen , dat arme verzoekers een' fterken adem hebben; maar zy zullen nu ondervinden , dat wy ook fterke armen hebben.

M. Agrippa, Hoe nu, mannen , myne goede vrienden en nabuuren, wilt gy uzelven ongelukkig maaken? Tweede Burger. Dit kunnen wy niet doen, Mynheer; want wy zyn reeds ongelukkig.

M. Agrippa. Ik kan n zeggen, Vrienden, dat de Edelen op het allerminzaam!!, zorg voor u draegen. Gy moogt met evenveel recht , om uw gebrek en uw lyden in deezen duuren tyd , uwe Hokken tegen den Hemel opheffen als tegen den Romeinfchen Senaat; wiens loop zyn' weg zal vervolgen, en die tienduizend kinkettingen kan verbreeken , die elk op zichzelve, van veel fterker fchakels aan', eengehecht zyn, dan 'er ooit in uwe tegenkanting kunnen gevonden. Wat aangaat de duurte hier van zyn de Goden oorzaak, en niet de Edelen ; en uwe kniën, niet uwe wapenen moeten dienen (om die af ts wenden.) Helaas.' uwe ramp vervoert u derwaarts, daar nog meer (rampen) u te wackten ftaan; en gy laftert de beftierders van denftaat, die als vaders voor u zorgen, terwyl gy hen als uwe vyanden vervloekt.

Tweede Burger. Zy voor ons zorgen! Ja, wel! — Zy heb. ben tot nu toe nooit voor ons gezorgd. Ons te laaten uithongeren, daar hunne voorraadhuizen met graanen opgevuld zyn; wetten te maaken met betrekking tot den woeker, om de woekeraars te fterken; dag aan dag de eene of andere heilzaams wet tegen de Grooten gemaakt te herroepen,

en

Sluiten