Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

maar echter zo omtrent, (want ziet; ik kan den buik zo wel doen lachen als doen fpreeken,) gaf hy verachtelyk ten antwoord aan de misnoegde leden, aan het oproerig gedeelte, dat hem zyne inkomften misgunde ; even welgepaft , als onze Raadsheeren u, kwaadaartigen , beantwoorden, wanneer gy u beklaagt, dat zy niet met u gelyk zyn. —

Tweed e Bdrgek. Hoe! de buik durfde antwoorden—wat? Zou het koninglyk- gekroond hoofd, het waakzaam oog, het hart de raadgeever, de arm de krygsknecht het been de oorlogshengft, de tong de trompetter! met de overige hulpbenden van het lichaamsgeftel. —>

M. Agrippa. Hoe is het? Deeze man fpreekt in myne plaats. Wat dan? Hoe is het? v Tweede Burger. Zouden die zich iaaten dwingen van den buik, dien alverflinder, die enkel de zinkput is van het lichaam ?

M. Agrippa. Welnu, Wat meer?

Tweed e Bur ger. Wanneer die voorgemelde leden klaagen, wat kan de buik dan daarop antwoorden ?

M. Agrippa. Dit zal ik u zeggen, wanneer gy myHechts een weinig wilt vergunnen van het geen, waarvan gy niet veel bezit, te weeten, een oogenblik; geduld dan zult gy het antwoord van den buik booren.

Tweede Burger. Gy zyt veel te langdraadig.

M. A grippa. Let wel, myn vriend. De achtbaare buik was bedachtzaam, niet overhaart, gelyk zyne befchul.

digers;

Sluiten