Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL, 27

Eerste Krygsknecht. Toen hy de vluchtende (Volfcers) op de hielen volgde is hy met hen de poort ingeraakt; en hierop hebben zy terftond de poort achter hem gefloten. Hy is alleen, en moet de gantfche ftad het hoofd bieden.

T. Lartius, o Edele Held! die,zelf gevoelig, moediger zyt dan uw gevoelloos zwaard, en daar dat buigt nog overeind blyftHaan! Gy zyt dan verlaten, Cajus Marcius! Een enkele karbonkeifteen zo groot ais gy zelf zyt, is geen zo koftbaar juweel. Gy waart een krygsman naar dtn wenfch van Cato, niet alleen verwoed en fchrikkelyk in uwe flagen, maar ook in uwe barfche oogwenken, en in de donde« rende doordringendheid van uweftem ;gy deed uwe vyanden zidderen, als of de aardbol koortfig was, en begon te beeven. (Marcius komt, bloedende, en Sicb tegen de vyaiiden verweerende.)

Eerste Krygsknecht. Zie, zie, Mynheer! ——

T. Lartius. O.' daar is Marcius! Laa;en wy hem bevryden, of met hem blyven. (Zy vallen de Volfcers aan, en dringen allen met hen in de Stad, een weinig daarna komen eenige Romeinfcbe Soldaaten met buit terug.) Eerste Krygsknecht. Dit zal ik mede neemen naar Romen.

Tweede Krygsknecht. En ik dit.

Derde Krygsknecht. De peft fchende hen', ik dacht, dat dit zilver was. (Het krygsgerucbt binnen de wallen blyft aanhouden. Cajus Marcius en Titus Lartius komen met een' Trompetter uit de Stad.)

Coriolanus. Zie toch eens deeze muitelingen, die hunne eer voor eene beuzeling wegwerpen • Kusfens, tinnen

lepels,

Sluiten