Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

35

cokiola nus.

Nog geen drie uuren geleden, Tullus, heb ik geheel alleen in Corioli geitreden, en daar alles gedaan, dat my behaagde; het is niet myn bloed, waarin gy my vermomd ziet. Span vry uwe meerite krachten in om dat te wreeken.

Auïidius.

Schoon gy Heftor zelf, de geesfel van uwe zo genoemde Voorouders waart. zult gy my hier niet ontkomen. (Zy beginnen te Jlryden. en eenige Volfcers komen Aufidius te bulp. Marcius ftryd tot dat zy adeinloos terug gedreven zyn.

Aufidius.

Dienftvaardig , maar niet dapper! — Gy hebt my door uwen ontydigen byftand fchande aangedaan. (Zy gaan beiden Jlrydende van bet tooneel. Men boort vervolgens trompettengefebal; krygsge. tucht; de aftogt werd geblazm , Cominius komt met bet Romeinjch leger van den eenen kant, en Cajus Marcius, met zyn' arm in een'Jluijer, van den ani deren kant op bet Tooneel.)

Cominius.

Indien ik u ging vernaaien het geen gy op dee. zen dag hebt uitgevoerd, dan zoud gy uwe eigene daaden niet kunnen gelooven; maar ik zal daarvan verflag doen ter plaatfe, daar de Raadsheeren hunne traanen met glimlachen van goedkeuring zullen vermengen; daar de doorluchtige Edelen met aandacht zullen luifteren en zidderen , en eindelyk verwonderd ftaan; daar de Jufferfchap zal fchrik. ken, en op eene aangenaame wyze ontroerd, verder willen hooren; daar de dwaaze Gemeensman. nen, die met het flecht Gemeen uwe eerbenyden, tegen wil en dank zullen moeten zeggen: Wy danken de Goden , dat zy aan Romen zulk een' krygsman gefchonken hebben! Gy zyt nu flechts op het overfchot van dit gaftmaal gekomen , na dat gy reeds te vooren uw genoegen gegeten had.

C 2 Titus

Sluiten