Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4o CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

weezen; want, een Volleer zynde, kan ik niet zyn, die ik ben. Voorwaarden ! Welke goede voorwaarden kunnen 'er plaats hebben in eene o» vereenkomft voor de party, die van de genade van de andere afhangt? Ik heb nu vyfmaal tegen u gevochten, Cajus Marcius, en gy hebt my telkens geflagen, en ik' geloof, dat gy dit altoos zoud doen, wanneer wy eikanderen zo menigmaalen ontmoetten als wy eeten. Ik zweer by allen de elementen, indien wy eikanderen wederom van aangezicht tot aangezicht ontmoeten, dan zal by de myne zyn, of ik de zyne. Myn n3yver heeft dat groote niet meer, dat die gehad heeft;want daar ik te vooren befloten had hem door gelyke magt, zwaard tegen zwaard, rechtvaardig te overwinnen, heb ik na voorgenomen naar zyn leven te ftaan op welke wyze het ook zy. Woede of lift moeten hem bedwingen.

Tweede Kbyosknecht.

Hy is de duivel.

T. Aufidius.

Hy is nog vermeteler, fchoon niet zo listig. Myn moed is vergiftigd door de vlek, die hy aan denzelven heeft toegebragt, voor hem zal die uit zich zeiven vluchten. Noch flaap, noch heiligdom, hy mooge naakt of ziek zyn, noch tempel, noch raadhuis, noch de gebeden der priefters, noch de tyden der offerhanden, geenerhande beletfelen der woede, zullen in ftaat zyn hunne verouderde voorrechten en gewoonten te doen gelden tegen myn' haat tegen Cajus Marcius. Waar ik hem vind, al was het ook in myn eigen huis, of onder de befcherming van myn'eigen' broeder, zelfs ook daar zou ik, tegen de geheiligde rechten der gaftvryheid.myne hand in zyn hartebloed waschen» Gaat gy naar de Stad, verneem hoedanig die bezet is, en wie zy zyn, die als gyzelaars naar Romen moe« ten gaan.

Ebksts

Sluiten