Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 51 Cominius.

Altyd rechtuit.

COS iol anus.

Wie, Menenius? o, Altyd, altyd.

Heraut. Maakt ruimte daar , en vervolgt den optogt.

Coriolanus, (tegen zyne Gemalin en Moeder.)

Geeft gy my uwe hand, en gy ook. Eer myn eigen huis myn hoofd zal overfchaduwen, moeten wy eerft een bezoek by de braave Edelen afleggen; van welken ik niet alleen gelukwenfchingen, maar ook veelerhande eerbewyzingen ontfangen heb.

Volumnia Ik heb moogen beleeven, dat myne wenfchen, en de gebouwen van myne verbeelding beveiligd zyn geworden; nu ontbreekt 'er flechts nog ééne zaak, welke ik niet twyfel, of Romen zal u die vergunnen.

Coriolanus. Weet, waarde Moeder, dat ik liever naar myne wyze Romen's dienaar wil zyn, dan op zyne wyze met Romen heerfchen.

Cominius. Kom voort, naar het Capitool. (Zy vertrekkers allen met dezelfde flaatjie, gelyk zy gekomen zyn» ender bet gefcbal van trompetten en verder krygsmw ziek; Sicinius en Brutus blyven op bet Tooneel.)

VIERDE TOONEEL.

Sicinius, Brutus.

Brutus.

Alle tongen fpreeken van hem, en de kortzich. tige oogen neemen brillen om te zien. De praat» D a zieke

Sluiten