Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL;

Si

ineefteren zeiven, en het doet my tot in de ziel leed dat ik zien moet, dat daar twee regeeringen plaats hebben, waarvan noch de eene. noch de andere de opperfte magt heeft, hoe fchielyk de verwarring daar de plaats, die tuffchen beide open is, zal inneemen, en de eene met de andere vernietigen.

Cominius. Genoeg. Kom, gaa mede naar de markt.

Coriolanus. Wie het ook mooge geweeft zyn, die den raad gegeven heeft om voor niet koorn uit het voorraadhuis uit te deelen, gelyk men fomtyds ïnGne-

kenland gewoon is te doen

M. A g i r p p a. Nu, nu, niets meer daar van.

Coriolanus. Schoon het volk daar meer eigene magt heeft.... wie hy ook zy, ik zeg, dat hy de ongehoorzaam, heid geftyfd , en het bederf van den Staat aange-j kweekt heeft.

Brutus.

Hoe! zou het volk hunne ftemmen geeven aan iemand, die dus fpreekt?

Coriolanus.

Ik zal myne redenen bybrengen, en die zyn meer waerdig dan alle hunne ftemmen. Zy weeten, dat wy ben het koorn niet tot eene beloo. ning gaven, dewyl het zeker is en blyft, dat zy nimmer daarvoor gediend hebben; wanneer zytot den oorlog opontboden wierden , in een'tyd, toen de Staat door onze vyanden naar het hart geftoken wierd , wilden zy niet ten poorten uit, deeze foort van dienft verdiende niet* dat men hen het koorn voor niet gaf; eindelyk in hetveld gekomen, konden hunne muitery en oproer, waarin zy zich het dapperft gekweten hebben, ook niet voor hen fpreeken. De befchuldigingen, die zy zo menigmaal

Sluiten