Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

91

boorllngen zelfs in het gedenkboek van Jupiter ftaat aangetekend, even als eene ontaarte vrouw, nu haare eigene kinderen zou verflind^n / Sicinius. Hy is een bedeif, dat wfggefneden moet worden.

M. Agkipfa. Hy is een lid , dat flechts een ongemak heeft; en hetwelk af te fnyden doodelyk zou zyn ; daar het integendeel gemakkelyk kan genezen worden. Wat heeft hy misdaan tegen Romen, dat de dood verdient. Het bloed, dat hy verloren heeft by het flachten van onze vyandeu, hetgeen ik wel duif ver. zekeren meer te zyn dan hetgeen hy heeft overge> houden, dat heeft»hy geftort voor zyn Vaderland, en nu te moeten verliezen betgeen hy nog over heeft, door de handen van zyne eigen landgenooten, zou voor, ons allen, die het doen, of toelaaten eene fchandvlek zyn tot aan het einde der waereld. Sicinius. Dit is alles beuzeltaal.

Brutus.

En geheel verkeerd. Zolang hy zyn Vaderland beminde heeft het hem ook geëerd.

Sicinius.

De voet, wanneer die met koud vuur bezet raakt, word niet meer zo hoog gefchat als te vooren, toen hy van dienftwas.

Brutus.

Wy willen niets meer hooren. Vervolgt hem in zyu huis, en rukt hem daaruit, éér dat zyne be» fmetling, die van een' overerflyken aart is, zich verder kan verfpreiden.

M. Agrippa.

Nog één woord; flechts nog één woord ; deeze tygeiklaauwige woede zal, wanneer zy eenmaal het nadeel van deeze onbedachte overyling zal befpeu» ren, Iooden gewigten aan haare hielen nafleepen. Gaat bedaardelyk te weik, opdat geene partyfehap.

pen

Sluiten