Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

Coriolanus. •Myn naam is Cajus Marcius, die aan u in hetbyzonrler.en aan allen deVolfcers in bet algemeen groot leed en raJeel gedaan heeft; hiervan kan myn Riddernaam Coriolanus getuigen. De moeijelyke dienft, de groote gevaaren , en allen de bloeddroppeien, die ik voor myn ondankbaar Vaderland geftort heb, hebben geen' anderen loon gekregen dan dien ridderlyken naam; eene goede gedachtenis, en getuige van den haat en het misnoegen, dat gy my moet toedraagen; deeze naam alleen blyft my nog over; de wreedheid en de afgunft van het volk, door onze lafhartige Edelen door de vingeren gezien , die allen my veriaten hebben , heeft al het overige verflondenj.en zy hebben toegelaten, dat de ftemmen vanfbaven my uit Romen uitgejouwd hebben. Nu, dit uiterfte heeft my naar u toegedreven, niet op hoop, verftaa my wel, van myn leven te redden; want, indien ik de dood gevreesd had, zou ik van, alle menfchen in de waereld u het meeft vermyd heb ben ; maar enkel uit fpyt , en om volkomen van deezen myne verbanners af te zyn, ftaa ik hier voor u. Indien gy nu een-wraakzuchtig hart in u hebt, dat uw eigen leed wil wreeken, en defchandelykefcha. de van uw Vaderland betaald zetten, zo fpoed u, en laat myn ongeluk u ten dienft ftaan; bedien 11 daarvan zodanig, dat myn wraakzuchtige dienft u tot eene weldaad mooge ftrekken. Want ik heb voorgenomen tegen myn verdorven vaderland te ftryden met alle de kwaadaartigheid der onderaardfche booza geeften. Maar, indien het weezen mogt, dat gy dit niet durft onderftaan, en dat gy moede zyt om op nieuw uw geluk te beproeven, dan ben ik, metéén woord, moede om langer te leeven , en bied myn', halsaanu, en uwen ouden haat, en gy zoud toonen dwaas te zynzogydien niet doorfneed, naardien ik u fteeds met den bittersten haat vervolgd heb, gehbite tonnenbloedsuw Vaderland heb afgetapt, en

6?

Sluiten