Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i42 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.'

Tweede Wa c h t. Houd ftand en treed terug.

M. Agrippa. Gy neemt uwe wacht waar ais mannen. Gy doet wei Maar, onder uw welneemen, ik ben een af. gezant van ftaat, en ik ben gekomen om met Co. riolanus te fpreeken.

Eerste Wacht.

Vanwaar, komt gy ?

M- Agrippa.

Van Romen.

Eerste Wacht.

Dan moogt gy niet doorgaan; onze Veldheer wil vandaar niets meer hooren.

Tweede Wacht.

Éér zult gy Romen in de afch zien leggen, éér ev met Coriolanus fpreeken zult. . M. A grippa.

Myne goede vrienden, indien gy uwen Veldheer hebt hooren fpreeken van Romen, en van de vrienden die hy daar had, dan is het tien tegen een, of myn naam moet ook uwe ooren getroffen heb. ben, die is Menenius Agrippa.

Eerste Wacht.

Laat die zo zyn, treed terug; het vermoogenvan uw' naam is hier niet gangbaar.

M. Agrippa.

Ik zeg u, man , uw Veldheer is myn vriend; ik ben fteeds het gedenkboek van zyne dappere daaden eeweeft waarin de waereld zyn' onvergelykelyken roem heeft kunnen leezen, dien ik gelukkiglyk uitgebreid heb; want ik heb altoos myne vrienden , van welken hy de voornaamfte is, zoveel geprezen als de waarheid zonder kwetfing veelen kon; ja zelfs is hec fomtyds wel gebeurd, dat ik, even als een bal op een' effen' grond, over den ftreep gerold ben; en het merk der leugen op zyne loffpraak

Sluiten