Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

165

T- Aueidius. Myne edele Heeren en Meefters hoort my fpieeken.

Eerste Raadsheer. , o Tullus.' Tullus!

'Tweede Raadsheer. Gy hebt eene daad gedaan, waarover de dap> perheid zelve zal fchreijen.

Derde Raadsheer. Vertreed hem niet. — Steekt allen uwe zwaar< den op, mannen.

T. Aufidius. Wanneer gy zult verftaan, Mynheeren*, hetgeen gy in deeze woede, door hem getergd, niet kunt verftaan , te weeten, het groot gevaar, dat het leven van deezen man u dreigde, dan zult gy u verblyden, dat hy dus van kant gemaakt is. In dien het uwe Achtbaarheden behaagt my voor den Raad te doen roepen, dan zal ik.aantoonen, dat ik uw getrouwe dienaar ben , of my aan de zwaarfte ftraf onderwerpen.

• Eerste Raadsheer. Brengt zyn lichaam vannier, en draagt rouw over hem. Laathy befchouwd worden als het ede'fl lyk , dat ooit een heraut naar den brandftapel volgde.

Tweede Raadsheer. Zyne eigene opvliegendheid neemt een groot deel der laakbaarheid van Aufidius weg. Laaten wy alles weder ten befte keeren.

T- A u.f i d i u s. Myne woede is voorby, en thans ben ik getroffen door droefheid. Neemt hem op ; laaten drie der voornaamfte legerhoofden my helpen ; ik zal de vierde zyn. Slaat den trommel , dat hy een' droevigen klank geeve. Laat uwe pieken fleepen. Schoon hy in ons land veele menfchen tot weduL 3 wen

Sluiten