Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL; iIj

zeer fraai uitgedrukt, maar is ook zeer wel geplaatft in den mond van iemand,die reeds in het begin van het fhik gezegd had, dat men hem kende als een' vrolyken baas.

Da. Warburton.

Pag-Ui. Reg. n.

Ik zeg h, byzat op een'gulden zetel,

Dat is; hy is gezeten midden in alle de pracht en luifter van de opperfte waardigheid, zo zegt Homerus , van Juno, als de Koningin der Goden, fpree. kende, Xpvtófyovo;' Hpfl. De in goud gethroonde Juno.

Dr. Johnson.

Pag. 145. Reg 17, 15, 14. (van onderen.)

fcboon de wraak myn eigendom is, legt ecbter de vergiffenis in de barten der Volfcers.

Coriolanus wil hiermede zeggen , fchoon ik een byzonder recht heb op de wraak, zyn de Volfcers echter myne deelgenooten in het recht van vergiffenis te fchenken.

Dr. Johnson.

Pag. 147. Reg. 12, 11, 10. (van onderen.)

Enkel om hem te gevallen, die zicb verbeeldde, dat by meer zou kunnen doen, beb ik een weinig toege. geven.

Indien Coriolanus enkel de eerfte voorwaarden, die de Romeinen reeds van de hand gewezen hadden, hen op nieuw had laaten voorftellen hoe kon hy dan zeggen , dat hy iets gedaan had ten gevalle van zyn* ouden vriend, M. Agrippa ? Derhalven moet deeze zin noodzaakelyk verbeterd worden, door byvoe, ging vun het woord more meer, en aldus gelezen worden: „ Enkel om hem te gevallen, die zich „ verbeeldde, dat hy meer zou kunnen doen, heb ,, ik een weinig meer toegegeven.

Ofmirk. & Aant.

M 4 Pae-

Sluiten