Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao5 HENDRIK de VIERDE

Lord-Opperrechter. Ik heb u ontboden, toen uw leven 'er aan hing van met my te komen fpreeken.

Falstaff. Dewyl ik toen door myn' raad, die in de wetten van dit land zeer ervaren is, gewaarfchouwd wierd, ben ik niet verfchenen.

lord-opperre chter.

Nu dan, recht uit gezegd, Sir Johan, gy .leeft in groote fchande»

Falstaff. Iemand, die zich met myn' gordel gord kan in geen kleiner leeven,

Lórd-Opperrechter. Uwe middelen zyn zeer klein, en uwe verteering is zeer groot.

Falstaff.

Ik wenfchte wel, dat het juift anders was; dat myne middelen grooter waren, en dat myne middelen geringer waren.

LoRD-OpPERR echter.

Gy hebt den jongen Kroonprins verleid.

Falstaff. De Kroonprins heeft my misleid. Ik ben de man met den dikken buik, en by is myn hond.

Lord-Opperrechter. Welnu, het zou my leed doen eene verfchgenezene wond weder op te krabben; uw dagdienft by Shrewsbury heeft uw nachtbedryf by Gadfhill een weinig verguld. Gy moogt het aan deeze onruftige tyden dank wyten, dat deeze uwe daad met zoveel ruft over het hoofd gezien word.

Falstaff.

Mylord

Lord-Opperrechter. Doch, nu alles wel is, laat het nu zo blyven; maak geen' flaapenden wolf wakker.

F al-

Sluiten