Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

216 HENDRIK be VIERDE

Padie.

Zeven grooten en agc penningen.

Fe lstafï. Ik weet geen geneesmiddel te vinden tegen dcc ze teering van myne beurs. Leenen en borgen helpt haar nog zo wat zukkelen ie voort, maar de ziekte zelve isongeneeslyk , Gaa, breng dien brief aan Mylord van Lancailer, dien aan den Prins, dien aan den Graaf van Weflmoreland, en deezen aan de oude Mevrouw Urfula, welke ik alle weeken beloofd heb te zullen trouwen, van dat ik het eerfte gryze baair aan myne kin befpeurd heb af. Gaa voort daarmede, gy weet waar gy my vinden kunt. De pokken moeten die jicht tenenden' of de jicht deeze pokken' want de eene of. de anderen fpeelen den beeft met myn' grooten teen ; het kan niet fcheelen, of ik hink , want ik heb den oorlog tot myn voorwendfel, en dus zal mei het des te billyker oordeelen , datikgepenfioneerd ■word. Een fchrander vernuft kan alles tot zyn voordeel doen ftiekken; ik Z3l van ongemakken gemakken maaken. (Hy vertrekt met zyn' Pagie.)

ZESDE TOONEEL.

Het Tooneel is in bet Paleis van den Aartsbit' Jcbop van Tork.

De Aartsbisschop van York, Has. tings. Thomas Mowbray LordMaarfcbalk, en Lord Bardolph.

York.

Dus hebt gy dan onze zaak gehoord, en onxo meening ventaan. Nu verzoek ik u allen edele vrienden, zegt uwe meening rechtuit over hetgeen

wy

Sluiten