Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f HISTORIESPEL. Sit

wjr te hoopen hebben. En vooreerft, Lord • Maarfchalk, wat zegt gy 'er van ?

mows kat.

De rede van het opvatten onzer wapenen keur ik zeer goed, maar ik zou wel wenfchen bet»er onderrecht te worden, hoe wy met onze middelen onszelven zo zullen kunnen verheffen , om met een voorhoofd , dat ftout en fterk genoeg is, do krygsmagt en het vermoogen van den Koning onder de oogen te zien?

Hastings.

Onze tegenwoordige monfterrol beloopt op vyfen-twintigduizend uitgelezen mannen; en onze hoop op byfland is met rede gegrond op den grooten Northumberland, wien borft gloeit door een ont. ftoken vuur van beleedigingen.

Lord Bardolph.

Dus is dan , Mylord Haftings, voor het tegenwoordige de vraag, of onze vyf-en-twintigduizend mannen in ftaat zyn om het hoofd te bieden, zon» der Northumberland?

Hastings.

Met hem kunnen zy het doen.

Lord Barbolph.

Ja maar,dit is juift het geval; doch, indien wy ïOnder hem te zwak zyn, dan ben ik van oordeel, dat wy ons niet te verre moeten waagen vóór dat wy zyne hulp by de hand hebben, want in een ontwerp, dat'er zo bloedig uitziet als het onze.behooren geene gillingen , verwachtingen , of vermoedens plaats te hebben.

York,

Dit is wel waar, Lord Bardolph; want waarlyk dit was het geval van den jongen Hotspur by Shrewsbury.

Lord Bardolph. Zo was het ook, Mylord, hy voedde zich met koop, door enkel lucht te eeten, op belofte van O 2 onder-

Sluiten