Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»I4

HENDRIK de VIERDE

LonD Bar dol p h. Wie denkt gy dat waarfchynlyk zyn leger tegen

ons zal gebieden?

Hastings. De Hertog van Lancafter. en Weftmoreland ; en tegen die van Wales hyzelf en Hendrik Monmouth; maar, wien hy aangefteld heeft tegen de Franfchen zulks heb ik nog niet met zekerheid kunnen te wee• ten krygen.

York.

Laaten wy dan een begin maaken, en de rede verkondigen, waarom wy de wapenen opvatten. Het Gemeenebeft walgt van zyne eigene keus, zyne al te greetige liefde heeft zich de maag overladen. Hy ,die op de harten van het gemeen bouwt, heeft eene wankelbaare en onzekere wooning. O, Gy dwaaze Menigte! met welke luide toejuichingen deed gy de lucht wedergalmen onder het zegenen v;m Boüngbroke, éér hy nog was hetgeen gy hem wiide hebben ! En nu hy eindeiyk naar uwe eigene begeerte opgehemeld is, nu zyt gy, beeftachtig8 vraat zó vol van hem, dat gy uzelven geweld aan. doet om hem weder over te geeven. Even zo, algenieïne hond, hebt gy uwe gulzige maag ontlaft van den koninglyken Richard , en nu zoud gy uw dood uitbraakfel wel weder willen opeeten, en jankt om het te vinden. Wat ftaat is 'er toch op deeze tyden te maanen? Zy , die Richard, toen hynog leefde, dood wilden hebben, zyn nu verliefd geworden op zyn graf; gy, die ftof op zyn beminnelyk hoofd geworpen hebt, toen hy zuchtende het trotfch London doortrok achter de hielen van den bewonderden Boüngbroke, roept nu uit: o Aarde, geef ons dien Koning weder, en neem ons deezen Koning af. o Haatelyke gedachten der menfchen! Het vaor. ieden en het toekomende fchynt altoos beft; en de tegenwoordige dingen de flschtfte-te zyn.

Wow-

Sluiten