Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MS HENDRIK ȕ VIERDE

VYF D«£ TOONEEL;

De Voorioen, Bardolph, Pagie.

Bardolph. God behoede uwe Genade!

Prins Hendrik. En de uwe, hoogedele Bardolph.

Bardolph , (tegen de Pagie.) Kom dan hier, deugdzaame ezel, fchaamacbtiga gek! waarom blooft gy ? welk een verwyfde fchildKnaap zyt gy geworden ? Is het dan eene zo groote zaak eene twee-mingelens-kan de maagdom te ontneemen ?

Pagie.

Hy riep my zo even, Mylord , door een rood tralievenirer, en ik kon niets van zyn aangezicht onderfcheiden van de traliën; eindelyk kreeg ik evenwel zyne oogen in het gezicht, en toen fcheen het my toe, eveneens als of hy twee gaten in den rooden onderrok van het bierwyf bad gemaakt, en dat by daar door keek.

P r r ns He nd rik. Heeft de knaap niet al geleerd ?

Bardolph Loop heen, hoerektnd, babbelaar, loop heen. Pagie.

Loop heen, ondeugende droom van Althéa,loop heen.

Prins Hendrik. Onderrecht ons, knaap. Wat is dat voor een droom, knaap?

Pagie.

Wel, Mylord , Althéa droomde, dat zy in de kraam beviel van eene brandende fakkel; en daarom noem ik hem haar droom.

Prins

Sluiten