Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. *2t

Prins Hendrik. Dat is eene uitlegging,die wel eene kroon waerdig is. Daar is het, knaap. (Hy geeft geld aan den Pagie.)-

POINS.

O dat deeze fchoone bloezem voor ongedierte mogt bewaard blyven! Daar is een zes-ftuivers-ftuk om u daarvoor te bewaaren.

Bardolph. Indien gy niet maakt, dat hy met u gehangen word, dan zult gy de galg tekort doen.

Peins Hendrik. En hos maakt het uw Heer, Bardolph ?

Bardolph. Zeer wel, .Mylord. Hy heeft de komft van uwe Genade in 'de ftad vernomen. Hier is een brief voor u.

Prins Hendrik. Met behoorlyken eerbied overgegeven; —en hoe vaart uw Heer, die Sint-Martens-dag?

Bardolph. Naar het lichaam wel, Mylord.

Poins. t Zeer wel, maar zyn onfterfiyk deel heeft een Dcclor van nooden; maar, dat kan niet fcheelcn, want, fchoon dat ziek is, het fterft echter niet. Prins Hendrik. Ik vergun dien vleefchklomp, dat hy zo gemeenzaam met my is als myn hond; en hy houd ook zyne plaats; want, zie maar eens hoe hyfchryft. Poins, (leeft.) „ Johan Falftaff, Ridder," — Iedermenfchmoet dit weeten, zo dikwyls als hy maar gelegenheid heeft om zich zeiven te noemen; even gelyk zy, die pabeftaanden van den Koning zyn; want die fnyden zich nimmer in den vinger , of zy zeggen: „ Daar ia „ bloed van den Koning geftort." „ Hoe meent gy dat?" vraagt dan iemand. die dit niet begrypt;

P 3 en

Sluiten