Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JÖ4 HENDRIK de VIERDE

Falstaff. Gy zyt recht eene geborftene wrat.

Shallow. Zal ik hem tekenen, Sir Johan?

Falstaff. Dat zou overtollig zyn; want hy heeft zyne uitrufting op den rug, en de geheele machine ruft op een paar fpelden, teken hem toch niet meer. Shallow. Ha, ha, ha. Gy hebt 'er flag van Sir, gy hebt er fl Ig van, dat durf ik u wel verzekeren. — Fran. cis Feeble,

F e e b le.

Hier, Mynheer.

Wat is uw handwerk, Feeble'?

F e e b l f.

Een vrouwen-kleerenmaaker, Sir.

Shallow. Zal ik hem tekenen, Sir?

Falstaff. Gaa uw'gang; maar, zo hy een mans-kteerenmaaker geweeft was, dan zou hy „ getekend hebben. (Tegen Feeble.) Zult gy zoveel gaten maaken in het leger der vyanden als gy in de onderrokken der vrouwen gemaakt hebt?

Fe ï b l e.

Ik zal myn beft doen, Sir; meer kunt gy niet van my vorderen. 8Ï

Braaf gezegd. myn "goede* vróuwen - kleerenmaa; ker; braaf gezegd , moedige Feeble. Gy zult zo dapper zyn als de wraakzuchtige duif, of ah dr allergroo'moedigfte muis. Teken den vrouwerr-Jdee! renmaaker , H«r Shallow, teken hem w.1 ter. dcegen, Heer Shauow.

Fï e>

Sluiten