Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2(56

HENDRIK de VIERDE

wy zullen die verkoudheid wel verdryven, en ik zal order ftellen, dat uwe vrienden voor u de klok zullen moeten luiden» Zyn zy hier nu allen? Shallow. Daar zyn reeds twee boven b*t getal, Sir; gy moet 'er maar vier hebben, en derhalven bid ik u, dat gy met ons in huis gaat om het middagmaal met my te houden.

Falstaff. Kom, ik zal eens in huis gaan om met u te drinken, maar het middagmaal kan ik niet afwachten. Op myne eer, Mynheer Shallow, ik ben verblyd van u te zien.

Shallow. Sir Johan, heugt hetunogwel, toen wy eens een' gantfchen nacht in den molen in Sint-George. Fields gelegen hebben,

Falstaff. Spreek, daar niet meer van, Mynheer Shallow» fpreek daar niet meer van.

Shallow. Dat was recht een plaifierige nacht. Leeft Jansje Nightwork nog?

Falstaff. Zy leeft nog, Heer Shallow.

Shallow. Zy kon nooit zonder my weezen.

Falstaff. Nooit, nooit. Zy zeide altoos, dat zy den Heer Shallow niet misfen kon.

Shallow. De drommel, ik kon haar fomtyds recht beos maaken. Zy was in dien tyd eene bona-roba. Houd zy zich nog goed ?

Falstaff. Zy word oud, Heer Shallow.

Shallow. Ja, voorzeker moet zy oud worden, zy heeft

geene

Sluiten