Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL.

die buik, die buik, maakt mv ongelukkig. Daar komt onze Veldheer. (Laneajier en Weftmortlani komen.)

Lancaster.

De oerfte drift is voorby, vervolg hen nu niet verder, roep onze benden terug, Neef Weftmore» land. (Wejlmtreland vertrekt.) Wel, Falftaff, waar zyt gy allen deezen tyd geweeft ?Gy komt altyd ali alles afgedaan is. Deeze kwaade nukken Van u, zullen, zo waar als ik leef nog ten eenigen tyd, de eene of andere galg den rug doen breeken. Falstaff.

Het zou my leed zyn, Mylord, indien het niet ze was. Ik heb tot nog toe niet anders geweten, of berisping en verwyt, waren altoos de belooning der dapperheid. Denkt gy dan. dat ik eene zwa. luw, een pyl, of een kogel ben ? Kan myne zwakke verouderde beweeging, de fnelheid hebben van eene gedachte? Ik heb my met den alleruiterften graad van mooglykheid herwaarts gefpoed; ik heb omtrent een paarhonderd poftpaarden dood gereden; en, zo verreisd als ik 'er uitzie, heb ik echter door myne zuivere en onbevlekte dapperheid gevangen genomen, Sir Johan Colevile van het Dal, een' allerftoutften Ridder en dapperen vyand. Maar, wat is dat ? hy zag my naauwlyks of hy gaf zich over; zo dat ik met recht kan zeggen, met dien kromneuzigen Knaap vari Romen, met Csfart „ Ik kwam, „ ik zag, ik won ".

Lancaster. Dit toont meer zyne beleefdheid dan uwe ver. dienfte.

Falstaff. Dat weet ik niet; maar hier is hy, en hier geef ik hem over, en hiermede verzoek ik aan uwe Genade, dat dit mooge geboekt worden by de overige daaden van deezen dag, of ik wil het, waarachtig, in etnig ander particulier referein geplaatft hebben.

T met

Sluiten