Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL 199

Waïwick.

Spreekt wat zachter, Prinfeu , want de Koning begint te bekomen.

Gloucestee. Deeze beroerte zal gewisfelyk zyn uiteinde zyn.

K. Hendrik. Weeft zo gosd neemt my op, en draagt my van hier in eenige ander kamer. Wat zacht, bid ik u , en laat daar geen gerucht gemaakt worden, myne waarde vrienden, of de eene of andere zacht-treurige en toegenegene hand zou myn' afgematten geest eenig muziek moeten willen influisteren. Warwick. Roept de muzikanten in de naafle kamer.

K. Hendrik. Zet de kroon hier op myn hoofdkusfen»

Clakinci. Zyne oogen ftaan hol, en hy begint fterk te ver« anderen.

Waïwick.

Wat ftil, wat ftil!

TIENDE TOONEEL.

De Voorigen, Peins Hendrik.

P. Hendrik. Heeft iemand den Hertog van Clarence gezien f

Clarence* Hier ben ik, Broeder, en tot in de ziel bedroefd.

P. Hendrik. Wat is dat! regen in huis, en niet buiten de de deur i Hoe vaait de Koning ?

Gloucestee.

Zeer Hecht.

P. He nd rik.

Heeft hy het goed nieuws al gehoord? Zeg het hem.

Clou.

Sluiten