Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 301

droefheid , en die zullen, 0 myn waardfte Vader, ü door natuur, genegenheid, en kinderiyke liefde rykelyk betaald worden. Hetgeen gy aan my verfchuldigd zyt is deeze koninglyke kroon, die van 2elf op my vervalt, als den onmiddelyken opvolger in uwe waardigheid en bloedverwantfchap. (Hy set de hoor. op zyn hoofd.) Zie, daar zit zy, en, zo de hemel my byftaat, dan zal de magt van de gantfche waereld, in één' reuzen • arm byëen vergaderd, my dien ring van eer niet met geweld kunnen ontrukken. Ik zal die overlaaten aan myne nakomelingen even gelyk gy dezelve aan my hebt nagelaten. (Hy vertrekt.)

ELFDE TOONEEL.

Koning Hendrik , Warwick, Gloucestee, Clarence.

K. Hendbik. Warwick' Gloucefter! Clarence I

Clarence. Roept uwe Majefteit ?

Warwick. Wat begeert uwe Majefteit ? Hoe bevind uwe Genade zich thans t

K. HENDRrK.

Waarom hebt gy my hier alleen gelaten, Mylords f

Clarence. Wy hebben den Kroonprins, myn* broeder,hier gelaten, myn Vorft, die het op zich genomen heeft by u te blyven om u te bewaaken.

K. Hendrik. Den Prins van Wales ? Waar is hy f Laat my hem zien.

Warwick. Deeze deur it open, hy zal daar uitgegaan zyn.

Glo v.

Sluiten