Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30* HENDRIK de VIERDE

G l0uce ster.

Hy is niet door de kamer gekomen, daar wy oni opgehouden hebben.

K. Hendrik.

Waar is de kroon t Wie heeft die van myn hoofdkusfen afgenomen?

Warwick.

Toen wy weggegaan zyn , myn Vorft, hebben wy de kroon hier gelaten.

K. Hendrik.

Dan heeft de Prins die weggenomen. Gaat hem opzoeken. Is hy zó driftig, dat hy myn' flaap voer myne dood aanziet? Gaa, zoek hem op, Mylord Warwick, en doe hem door beftraffingen herwaarts komen; deeze booze trek van hem vereenigt zich met myne ziekte, en helpt haar myn einde bevorderen. Ziet, myne zoonen, welke fchepfelen gy zyt; hoe fchielyk kan de aart veranderen, wanneer het goud deszelfs voorwerp word! Hier voor hebben onze zottelyk bezorgde Vaders hunnen flaap afgebroken door nadenken ; hunne harfens door zorg; hnnne leden door arbeid ; hiervoor hebben zy de befmette hoopen goud uit vreemde landen gehaald ,• hiervoor hebben zy hunne gedachten ingefpannen om hunne zoonen tot allerhande kunftea en krygsoefeningen bekwaam te maaken. Wanneer wy, even als de byën, die van elke bloem iets afneemen, onze fchenkels met wafch , en onze monden met honig gevuld, en die in den korf gebragt hebben, dan worden wy, even als de byën, voor onze moeite gedood 1 Deeze bitterheid vermeerdert de fmart van eenen ftervenden vader. (Warwick komt te rug.]) Wei nu , waar is hy, die zo lang niet wachten wil, tot dat zyne vriendin, de ziekto over my befloten heeft ?

Warwick.

Myn Vorft, ik vond den Prins in de naafte kamer; daar by met vuurige traanen zyne fchoone

wan.

Sluiten