Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3iö

HENDRIK öi VIERDE.

doen; maar Hendrik leeft nog, die deeze traanen in eene menigte van gelukkige uuren zal doen ver-

Lancaster, Gloucestee. Clarence. Wy hoopen dit van uwe Majefteit.

K. Hendrik. Gy ziet my allen wonderlyk aan, en gy hebt rede daartoe. (Tegen den Lord-Opperrechter.) Hetfchynt my toe , dat gy u verzekerd houd , dat ik uw Vriend niet ben.

Lord-Opperrechter. Ik ben verzekerd, dat, wanneer ik naar de bil. lykheü geoordeeld word, uwe Majefteit geene rede heeft van my te haaten.

K. Hendrik. Niet! Kan een Prins, die zoveel te wachten heeft als ik, de onwaerdigheden vergeeten, die gy my aangedaan hebt ? Hos , den onmiddelyken Erfgenaam van de Kroon van Engeland te recht te ftellen, verwytinoen te doen, is dat niets?Moet dat in den poel van^Lethe afgewasfchen , moet dat zo maar

vergeten worden?

Lord-OpperrechterIk verbeeldde toen denPerfoon van uwen Vader, het afbeeldfel van zyne magt was teen in my ge leen, en in het uitvoeren van de Wetten. Toen ik bezig was met het algemeen weizyn te betrachten, vond-Uwe Hoogheid goed, niet alleen myn Ampt te vergeeten, maar ook de achtbaarheid en het gezag der wetten en rechten, en de Majelteit van den Koning, welken ik daar verbeeldde; en zelfs my in myn'rechterftoel te flaan;en derhalven heb ik my tegen u, als tegen een' beleedtger van uwen Vader, van alle myne magt bediend, en u in hechtenis doen neemen. Indien dit eene Hechte daad geweeft is, dan moet gy nu ock.te vreeden zyn, nu gy zelf de Kroon draagt, wanneer gy eens een' Zoon hebt, die uwe Wetten voor nsets acht,

Sluiten