Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

339

HENDRIK de VIERDE

nu ik ontwaakt ben, heb ik een' afkeer van myn* droom. Maak van nu af aan, dat uw buik kleiner, en uwe deugd grooter word ; laat af van het zwel. gen. Bedenk, dat het graf voor u driemaal wydet gaapt dan voor anderen. Antwoord my hierop niet net eenige zotteklap; verbeeld u niet, dat ik nog ben hetgeen ik geweeft ben; want bet is den hemel bekend, dat ik aan de waereld zal toonen, dat ik myn' voorigen Ik van my verwyderd heb, en dat ik eveneens wil doen met hen, die my verzeld heb* ben Wanneer gy hoort, dat ik weder dezelfde ben, die ik voordeezen ben geweeft , kom dan weder by my, en gy zult weder zyn hetgeen gy geweeft zyt, te weeten, de beftuurder en aankweeker v«n myne ligtmisferyën; tot zolang verban ik u op ftra van de dood, even gelyk ik myne andere verleiders gedaan heb, en verbied u onzen Perfoon te naderen op den afftand van tien mylen. Hetgeen tot onderhoud van uw leven noodig is, zal ik u doen geworden; opdat het gebrek aan noodige middelen u niet noodzaake om kwaad te doen; en zo haaft wy zullen hooren, dat gy u beter gedraagt, dan zullen wy u bevorderen «aarmaate van uw vermoogen en verdienden. (Tegen den Lord-Opperrechter.) Het zy uwe zaak, Mylord, dit ons bevél te zien

Serkfteliig maaken. — Laaten wy gaan. (De Rong vertrekt met zyn gevolg.)

Falstaff, (tegen Sbalhvo.) Heer Shallow, ik ben u duizend ponden fchul. (Mg.

Shallow. Ja zeker, Sir Johan, en ik verzoek u, dat ik die mede naar huis mag neemen.

Falstaff. Dat kan niet weezen, Mynheer Shallow. Laat dit u niet verlegen maaken; ik zal wel alleen by hem ontboden worden. Zie, hy moeft zich dus houden voor het oog van de waereld. Wees maar niet bevreesd

Sluiten