Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y 3 P E L, 377

vol van ouderwetfche deftigheid; en eindelyk komt het berouw, en valt met zyne zwakke beenen hoe langer hoe meer in de Cinque-pas, tot dat het in het graf nederdaalt.

" Leonato. Nicht, gy befchouwt alles met een zeer fcherp gezicht.

Beatrice. Ik heb een goed gezicht, ik kan by klaaren 'dag wel eene kerk zien.

Leonato. Maak plaats, Broeder, daar komen de vermomden.

TWEEDE TOONEEL.

De Voorigen , Don Pedro , Claïdio , Bene. dicto , Balthazar , en anderen; allen vermomd.

Don Pedro, (tegen Hero.) MejufFer, behaagt het u met uwen vriend eene wandeling te doen?

Hero.

Indien gy langzaam wandelt, vriendelyk ziet, en niat fpreekt, dan ben ik tot uw' dienst om te wan« delen , en wel voornaamelyk wanneer ik hier van daan wandel.

DonPedro. In gezelfchap van my?

Hero.

Dit zou ik kunnen zeggen, zo het my behaagde.

Don Pedro. En wanneer zou het u behaagen dit te zeggen f Hero.

Wanneer uw gelaat my zal behaagen, want God verhoede, dat de luit zou zyn gelyk de kas is I Don Pedro.

Myn masker is het dak van Philemon; onder het zelve is Jupiter, Aa5 Hero.

Sluiten