Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S L T S P E L.

dorre hand op een haair; gy zyt het; gy zyt het. Antonio. Op myn woord, ik ben het niet.

Uesüla.

Kom, kom, verbeeld gy u, dat ik u niet ken aan uw vlug vernuft? Kan de vroomheid zich verbergen ? Kom, kom, Masker, gy zyt het; uwe begaafdheden blinken door, en daarmede gedaan.

Beatrice, (tegen BenediSo.) Wilt gy my niet zeggen, wie u dat gezegd heeft.

Benedicto. Neen, gy moet my dat niet kwaalyk neemen.

Beatrice. En wilt gy my ook niet zeggen wie gy zyt •

Benedicto. Tegenwoordig niet.

Beatrice. Dat ik fpytlg ben, en dat ik alle myne geestig, heid haal uit de Htnderd Vrolyke Vertellingen, wel, dat heeft Signor Benedicto gezegd.

Benedicto.

Wie is dat?

Beatrice. Ik ben verzekerd, dat gy hem zeer wel kent.

Benedicto. Ik niet, geloof my.

Beatrice. Heeft hy u nooit doen lachen ?

Benedicto. Eilieve, zegmy eens, wat is by toch*

Beatrice. Wel, hy is de grappenmaaker van den Prins;een recht lompe gek; zyne eenige bekwaamheid beftaat in het verfpreiden van onmooglyke lasteringen; niemand fchept vermaak in hem dan iigtmisfen- en zyne aanpryzing is niet gelegen in zyne geestigheid maar in zyne ondeugendheid; want by behaagt do aenfehen, en ergert hen te gelyk; en dan lachen zy

om

Sluiten