Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 3*7

Don Pedro. Doe dat, en vaar wel. Hoor eens, Leonato; wat was dat, daar gy my vandaag van gefproken hebtj zou uwe Nicht Beatrice verliefd zyn op Signor Be. nediéto? _ n , .

Claudio, (ftil tegen Don Pedro.) Ta , goed ; zet voort het fchild. zet voort, <d« patrys legt. (Overluid ) Ik had nooit geloofd, dat dat meisje ooit een' man zou bemind hebben. Leonato. Ik ook niet ; maar hetgeen my nog het meelt verwondert , is , dat zy zo verliefd is op Signor Benediéto, dien zy voor het uiterlyk altoo. lcnecn te verachten

Benedicto, (ter zyde.) Is het wel mooglyk, zon de wind uit dien nor* waaijen ?

Leonato. Op myne eer. Prins, ik weet niet wat ik 'er anders van zeggen zal, dan dat zy hem bemint met de allervuurigfte genegenheid, zelfs zo dat het myne hoogfte gedachten te boven gaat.

Don Pedeo. Misfchien veiait zy zich maar zo.

Claud io. ]a, dat is zeker vry waarfchynlyk.

Leonato. Hemel.' veinzen.' Nooit heeft eenige veinzery van liefde de wezentlyke liefde zo na kunnen komen, als die drift, welke zy laat blvken.

Don Pedbo. Wel nu, welke blyken geeft zy dan daarvan f

Cl audro , (ftil.) Spys den hoek wel, de vifch wil byten.

Leonato. Welke blyken, Prins. Zy kan zo zitten.... Gy «ebt myne Dochter hoorea zeggen, hoe.

Cl kV'

Sluiten