Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S F E L 40f

Hr 10.

Hy beeft inderdaad een' zeer goeden naam. 17 ts o L A.

Zyne verdienften hebben hem dien reeds waerdig gemaakt, éér hy dien nog had. — Wanneer zal uw huwelyk voltrokken worden, Mevrouw ?

Hero.

O, alle dagen — misfchien morgen.*— Kom; gaa met my binnen, ik zal u eenige ftellen kleede. ren laaten zien, en u dan raad vraagen, welk van dezelven my morgen best zal ftaan.

ürsula, CM)

Zy zit al aan het lym vast. ik verzeker het u , wy hebben haar gevangen, Mevrouw.

' Hero, (ftil )

Als dat blykt waar te zyn , dan is het enkel toe. vallig; fommige Minnegoden vangen met pylen en anderen met vallen. (Zy vertrekken.)

Beatrice, (te voorfcbyn kmende.)

Welk een vuur brand 'er in myne ooren ? Zou dit waar zyn ? Word ik zo zeer wegens myn' hoog. moed en minachting gelaakt? Vaarwel dan min ach. ting, en maagdelyke hoogmoed, men fpreekt niet met lof van u achter uwen rug. En gy, Benedifto, blyf my fteeds beminnen, en ik zal u zulks met we< derliefde vergelden; ik zal myn wild hart door uwe beminnende hand laaten temmen ,• zo gy my waar. lyk bemint, dan zal uwe genegenheid u aanfpooren om onze wederzydfche liefden in één' gewyden band zaamen te knoopen. Want,men zegt, dat gy het verdient; en ik geloof dit beter dan van enkel hooren zeggen. (Zy vertrekt.)

. . m - Cc s TWEEDE

Sluiten