Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45* VEEL LEVEN over NIETS.

Don Pedro. Goeden dag, goeden dag.

Claudio, Goeden dag aan u beiden.

Leonato. Wilt gy my hooren, Mynheeren?

Don Pedro. Wy hebben wat haast Leonato.

Lr on ato. Hoe , haast, Mynheer? Welnu, vaarwel, dan, Mynheer. Hebt gy nu zulke haafl ? Nu, dat is om het even.

DonPedro. Nu, maak toch geen' twift met ons, goede ou • de man.

Anton i o. Indien by zich door twift kon recht doen, dan zou eene van beide partyën moeten onderleggen. Claudio. Wie beleedigt hem?

Leonato; Wat ! gy f veinzaart, gy beleedigt my.' Slaa u. we hand maar niet aan den degen , (ik vrees u niet.

Claudio. Inderdaad, gy moogt vry myneftiandbeftraffen, wanneer zy uwe ouderdom rede geeft tot die vrees; op myne eer, myne hand had geene gedachte op myn' degen.

Leonato. Zacht , zacht, man, veracht of befpot my niet; ik fpreek niet als eenfuffer of een gek, of om onder het voorrecht van myn* ouderdom , te pochen op hetgeen ik, nog jong zynde, gedaan heb, ofhetgeen ik, indien ik geen oud man was, nog zou doen; maar weet, Claudio, dat gy, voor uw hoofd, myn on. fchtildig kind en my zodanig beleedigd hebt, dat ik genoodzaakt ben de eerwaerdigheid myner jaaren

ter

Sluiten