Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

454 VEEL LEVEN over NIETS.

Antosio. Wees te vreeden.*— God weet, dat ik myne Nicht beminde; en zy isgeftorven.terdoodgebragt door den lafter van bloodaarts en fchelmen, die waarachtig zo weinig een' man durven te woord ftaan ais ik eene flang by de tong durf vatten. Jongens, aapen, windmaakers, gekken, melkmuilen!

Leonato.

Broeder Antonio

Antonio. Houd u toch ftil, man; ik ken hen immers, ja toch , en hoe zwaar zy weegen, tot op een aas, ik weet, dat zy losbandige, onbefchaamde, mode> volgende jongens zyn, die liegen , en bedriegen , en befpotten, enkwaadfpreeken, en lafteren; vreemde flappen doen, en voor het|uiterlyke eene ver* fchriklyke vertooning maaken, een half dozyn kwaa» de woorden fpreekende, hoe of zy hunne vyan» den zouden aantallen en leed doen, als zy maar durfden, en dit is het ook al.

Leonato.

Maar, Broeder Antonio

Antonio. Kom, kom, het is niets; bemoei 'er u nietmO' de , laat my die zaak beredden.

Don Pedro. Mynheeren , wy willen uw geduld niet langer tergen , ik ben van harte bedroefd over de dood van uwe dochter, maar op myne eer, zy is over niets-befchuldigd geworden, dan dat waar was,en waarvan duidelyke blyken waren.

Leonato.

Myn Vorft, myn Vorft

Don Pedro. Ik wil niets van u hooren.

Lio»

Sluiten