Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E i. 457

Claubio. God behoede my • Eene uitdaagingt

Benedicto. Gy zyt een fchelm, ik fteek ,er den fpot niet mede. Ik zal dit ftaande houden, hoe gy wilt, waarmede gy wilt, en wanneer gy wilt. Geef my voldoening ,ofik zal uwe lafhartigheid opentlyk ruchtbaar maaken. Gy hebt eene lieve juffer omhetleven gebragt, en haare dood zal zwaar op uwen kop thuis komen. Laat my hooren wat gy daarop antwoord. Claudio.

"Welnu, ik zal by u komen, dan zal ik een' heer. lyken maaltyd hebben.

Don Pedbo.

Welk een' maaltyd f

Claudio.

Op myne eer, ik dank hem; hy heeft my genood op een' kalfskop en een' kapoen, en zo ik die niet opfnyd, dat het de moeite waerd is, zeg dan, dat myn voorfnydmes niet deugt. Zal ik 'er niet eene gans by hebben?

Benedicto.

Mynheer, uw vernuft gaat een* goeden telgang; het loopt gemaklyk.

Don Pedro, (tegen Benedtiïo.)

Ik zal u eens zeggen, hoe Beatrice uw vernuft onderdaags geprezen heeft. Ik zeide, dat gy een recht fyn vernuft had; recht, zeide zy, eenfynee een klein vernuft; neen, zeide ik, een groot vernuft; juift,zeide zy, een groot en een lomp vernuft; neen, een goed vernuft, zeide ik toen; ja, wel, zeide zy.want het doet geen'menfch kwaad; neen, zeide ik, die heer is wys; zekerlyk, zeide zy, het is een wys heertje; en hy fpreekt verfcheidene fpraaken, zeide ik; dat wil ik wel gelooven, zeide zy, want by heeft my maandag avond iets toege* zworen.dat hydingsdag morgen lochende; dus heeft hy eene dubbele tong, en dat maakt twee fpraaken.

' Ff $ Op

Sluiten