Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

462 VEEL LEVEN over NIETS.

VYFDE TOONEEL. De Voorigen, Leonato, de Kerk.

dienaar.

Leonato.

Wie is de fchelm ? Laat ik hem in de oogen zien; opdat ik, wanneer ik een'ander'man zie, die hem geiykt, denzelven vermyde. Wie van deezen is hy ? Borachio. Zo gy uwen beleediger wilt zien, zie dan op my.

Leonato. Zyt gy, zyt gy de fchelm ; die door uwen adem myn onfchuldig kind gedood hebt?

Borachio.

Ja, en ik alleen.

Leonato.

Neen, dat is niet zo, deugniet; gy beliegt uzelven; hier ftaan nog twee braave mannen, en een derde, die ook daarin de hand heeft gehad, heeft de vlucht genomen; ik dank u, Prinfen, voor de dood van myne dochter, tekent die op by uwe andere groote en roemruchtige daaden; het is eene edele daad, als gy het wel bedenkt.

Claudio.

Ik weet geene woorden, om u om geduld te verzoeken , en echter moet ik fpreeken; kies gy zelf uwe wraak; leg my zodanige ftraf op, als uwe vinding voor myne misdaad zal kunnen uitdenken; en echter heb ik nietmisdaan dan door vergisfing. Don Pedro.

Op myne eer, ik ook niet; en echter zal ik, om deezen braaven grysaart voldoening te geeven, my bukken onder den zwaarsten last, dien hy my zal willen opleggen.

Leonato. Gy kunt niet beveelen, dat myne dochter weder.

om

Sluiten