Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£ L Y S P -E L. 4«S

Ibid. Reg. 22, 23.

ïPe/n» . iMflïen gy niet Turkfcb geworden zyt, aait ian men niet meer naar de ftarren zeilen.

Margareta wil hiermede zeggen; indien gy niet in het ftuk van liefde, van uw voorig gevoelen zyt afgevallen.

Da. Warburtoüt. Pag. 420 Reg. 7,8- , Wanneer twee Mannen één Paard beryden , dan moet 'er een achterop zitten.

Deeze uitdrukking is hier zeer wel, en niet zonder oogmerk geplaatst. Dogberry , zich op zyne eigene bekwaamheden beroemende, wil echter ook die van zyn' Amptgenoot verdeedigen, en met dit zeggen te kennen geeven , dat de voorfte pkats of rang fkchts aan één' Man kan gegeven worden; maar dat die eerfte daarom zyn' minderen, die achterop zit, niet moet verachten.

Dr. Johnsow.

Pag. 432. Reg- 8,0.

Hoe nu ? InteijeSiën l Welnu , daar is ook eene InterjeBio van lachen: Ha, ba, bel

Dit is eene aanfpeeüng op een' Regel uit de Latynfche Grammatica over de Interjeétiën.

Vertaaler.

Pag. 4^8 Reg. 11,10. (van onderen.)

Mejuffer, wie is de man, waarmede men u &efcbuldigt ?

De Munnik had zich even te vooren beroemd op zyne bekwaamheid, om de waarheid uit te vorfchen. En uit deeze vraag blykt het inderdaad , dat hy gantfch niet onnozel is. Hy was altoos by de befchuldiging tegenwoordig geweest, en had echter geen' naam hooren noemen. Hoe kan hy dan vraagen , wie de Man is , waarmede men Hero befchuldigt ? Doch in deeze vraag is juist de list van zyne uitvorfching gelegen; want het was zeer waarfchynlyk,dat Hero, indien zy fchuldig geweest H h 3 wa s,

Sluiten