Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xiv VOORBERICHT.

Wat de wijze der' uitvoering betreft ^ zij is naar mijne krachten, en zo iemand zich verbeeldt, dat Hij het beeter kan t die vitte en berifpe niet aan den hoek van den haard, zonder zelve iets te doen ; deeze wijsnepsachtigheid is zeer gemaklijk; maar Hij llaa de handen aan het werk en leevere iets beter, en ik zal mij verblijden, als de Eer en Leer van den goddelijken Verlosfer op de befte wijze verdeedigd wordt.

De Stijl is natuurlijk onderfcheldsn, niet alleen, om dat het werk in gewoekerde tusfchen-uuren is opgefteld, maar vooral, om dat zij anders weezen moet, daar ik onderwijze, anders daar ik vertel, en anders4 daar ik opwek door vermaaning.

De aanteekeningen zijn niet, om met den fchijn van beleezenheid te praaien, en de geleerde kwakzalverij te volgen, maar ik hield ze voor volftrekt noodzaaklijk, Zoo om het geen ik zeide te bewijzen i als om zommige dingen, die ik 'er op den Leerftoel niet kon bijvoegen, nader onder de aandacht mijner Leezeren te brengen: ook had ik ze voor mij zeiven noodig, eensdeels om te weeten, waar ik iets gevonden hadt, anderdeels om dat ik met geene geleende vederen pronken wilde, zonder te melden, van wien ik ze gekregen had.

En wat zal het oordeel over mijn werk

zijn?

Sluiten