Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X i° X

lijk ingevoerde ketterijen en vernifte dwaalingen in het rijk van Jesus Christus , en terwijl de eerfte den dorsehvloer zuiverden, hebben fteeds de laatfte dezelve met kaf vervuld; geloof, vertrouwen, zelfsverloochening en daadelijke godvrucht nam toe, het getal der belijders , gelokt door den moed en het euangelisch hoopen der ftervenden, wies zelfs in den omtrek der fchavotten («); maar bijgeloof en ongeloof, hoogmoed en eigenzin , weereldliefde en duivelsaart, met verbaftering van jEsusleer, en verloochening van den echten geest des Chriftendoms, waren fteeds de ongelukkige gevolgen der dwaalingen , die altoos in den aanvang door de Uitvinders, zoo veel doenlijk geblanket, als nieuwe fchoonheden, vernuftiger voordellen, en hooger inzichten, den cenvouwigen werden voorgefteld. — God lof! wij hebben In onze dagen geene Vervolgers, geene Godsdienst - beulen ; maar eeven daar door, is een nog erger kwaad des te fterker toegenoomen.- Eer en voordeel is onder ons aan de belijdenis van het Chriftendom verbonden, en, om die reden, wil zelfs de Ongeloovigc een Chriften, dikwils zelfs de Leugenmond een Waarheids - Leeraar heeten. Overal ontmoeten wij eene meenigte lieden, zoo ongelijk aan zich zeiven,

(<0 Hoe weinig nadeel het Christendom gcleeden heeft bij êe hitte der vervolging, en hoe fchadelijk daar tegen , dooide menfehlijke verdorvenheid , de daar op volgende rust was, niet zoo zeer voor het toeneemen der belijders, die, uit allerlei weereldfche inzichten, met hoopen overkwamen, maar voor den waaren geest van het Chriftendom, door de invoering van pracht, weereldsgezinde Hiërarchij, fchadelijke ketterijen en onchriftelijke zeeden, is uitneemend betoogd door mijnen hooggefehatten Vriend, den kundigen hoogleeraar H. J. Krom, in zijne inwijings Redenvoering ever den waaren *» ingebeelden voorfpoed der Chrijien Kerk, voornamenlijk uit de Kerkelijke gefchiedenis befchouwd. Middelb. 1775 t in hei Nederduitsch vertaald door A. van Solingen, 1776. .

Sluiten