Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X SS X

kenen een methodiek, een overlegd plan, om dwaalingen te verlpreiden, waar toe allerlei liften bedagt en gebruikt worden orn het uittevoeren (a). Maar vooral moet ons zeekere beteekenis niet ontglippen, die mijne bijzondere aandacht trekt. MiB-ch/a. wordt in veele Latijnfche Affchriften, en bij de oude Uitleggers (Z>) vertaald door remedium, een geneesmiddel:

(laat

(V) Zoo fchijnt het in onzen text Chrijsosthomus te neemen , die het van uéSeht, Methode, afleidt. Vergei. Suice,ku<: L. C.

(b~) Ziet Mill, L, C. — Tot deeze kwakzalverij behooren het fchoon opdoen, en de grootjche naamen, die men zich zelvcn en malkanderen geeft. De ouden verftonden Zich hier méeftcrlijk op, de Rabbijnen noemen zich Thannim, Geonim, Siborim, dat is, Opinijien, Meeners, Emovim, Zeggers. Dictators, veigel. Buxtorf, Lex. Talm. Col. 2610, 2611, 373, 374, 1428. Hillel en Abarbanel heeten de groote Eikenbaomen. De Iaatere hebben dit niet weinig nagevolgd, de Scholaftiken noemden zich Seraphijnfche, Engelachtige, leerens-bronnen , onwederfpreeklijke , hooningvloeijende, waar mede Erasmus zoo uikwils ge<i(lig (pot, en Marnix, R. Bijenkorf T. 1. C 10, men heeft van deeze Tijtels een ueel Alphabeth van Thomasius, bij Baillet, Jugement des Sgavans. T. i. p, 204. De Grieken laaten het niet onder zich: voorheen was hun tijtel fitipiinit en t*7cnlirvi iftSr, onze middelmaatigheid en geringheid, maar zederd werdt het ?r«»*y/a>7«7oj allerheiligfie, i*.ax.ccptü]uj3; allergelukzaligfte, tJcA«fwr««7i>« allerfchittercndjie, men zie de iTuncupationes Ecclefiafticee recentium Grac. in de Biblioth. Grec. van Fabrittus , T. 13. L. 6. C. 10. p. 479. Ik heb nooit kwakzalvei achtiger tijtel gezien als voor een boek van Hend. Cunrath, getijteld, Amphitheatrum Sapieniiie eternee, folius veree, Chrijiiano-cubalijlicum, divino-magicum, nec-non phijfico- chijmicum , ter-trinum catholicum. Men zie Naude Hifioire des freres de la R. Croix. p. 96. De Iaatere tijtels zwijg ik, om niet haatlijk te zijn.

■ Mons parturibat Eratque in terris magna exfpeftatio, At ille murem peperit. Hoe diétum eft Tibi, Qui magna quum minaris, extricas nihil. Ph^edr.

„ Men

Sluiten