Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

x.$° x

kende tot de maat der groote der volheid van Christus, dat is, die volkomenheid in liefde Gods en des Naaften , waar van Christus het hoogst patroon was: — mogelijk eevenwel zegt het nog iets anders, dat, toegelicht zijnde,duidelijker is: jrA^Ai/a*, volheid (of gelijk de onze het,daar vertaaien, vervulting) is, Cap. i: 23, de naam der Kerk zelve, welke zijn lichaam is in de vervulling des geenen, die alles in allen vervult (a); dat kan beteekenen, in het welk Christus door zijnen geest alle genade vervult, als de algemeene zeegenbron, die in elk, en in allen, Jood en Heiden, alles wat zij hebben, uit zijne volheid vervult (b); of het kan ook zeggen, het lichaam, dat de vervulling van het hoofd is, en echter uic het hoofd wordt uitgerold en gevoed, gelijk in het natuurlijk lichaam plaats heeft ( e.). — Wat is

nu

DiT en Q'ÖH door Ti';,;;e5 vertolken: zoo leest men t£/iu/so-scs 6k»to«/3«jpitg'igc offers, daar niets aan ontbreekt, bij Homerus Iliad. S. v. 306, en bij Athen^eus , L. 15, p. 675. is rh.sios en é';\«s gelijkluidend, en 7^5105 en xóAopa? ftaat tegen elkander over, die 'er bijvoegt refc srAï^s ?Utió» ièn. dat is mAiu« is het geen volkoomen is.

00 Dat niet alleen de laatere Uitleggers, maar ook de Vaders dit, met reden , van de Kerk verklaard hebben, zie men bij SuiceRus , Thef. T. 2. p. 756.

O») Zoo vat het Tiieodoretus , in h. I. Ixïwae-i ifpvi na.vKicix.TiZv xzftry.c.Tai, xm oix.il it üvtti : hij Vervult dezelve met allerlei gaaven, en woont in dezelve', zoo noemt het ook van Til, in h. i. — dat uidpaaa. deezen tijdelijken zin heeft, blijkt C. 1. 10, daar het tijdvak, waar in de beftemde dagen vervuld worden, genoemd wordt n*K?aiix ia» xaipav, de volheid der tijden.

OD Zoo heeft het Ciirijsosthomus: x^ipafu* xs$**%< o-Sfia, w>.ï^0f«s e-«ft«Tos xi<pu,xi. De aanvulling des hoofds is het lichaam, en de vervulling des lichaams is het hoofd; uit welke vervulling, waar door het hoofd, of het grondformecrfcl, het kinderlijk lichaam tot dat van een vohvasfen man vervult, ook deeze plaats wordt toegelicht, bij Nieuwentijd, Wee-, retdbefch. Bef. 17. § 14. p. 300,

Sluiten