Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 77 X

deeze befluiten wij allen, die de waare en eigenlijk gezegde Godneid van Christus loochenen, en echter

misvattingen, die men om eenige gelijkheid doorgaans neaarrianerij noemt, te doen hadden. Dit weinige eevenwei:

1. ) Zijn perfoon wordt onderfcheiden befchreevende een prijst hem als een goed. geleerd, arbeidzaam en bezadigd man, die alleen in de hitte van twist, om dat hij vreesde, dat Bisfchop Alexander tot de Sabellianen helde, in de tegenoyerftaande dwaaling verviel, de ander maakt van hem een oudi :r, vol ketterij en wellust: ik twijffel 'er niet aan, of het is toen gegaan als altoos, bij zijne vrienden za' hij geen kwaad hebben kunnen doen, en bij de tegenpartij zal 'er liets _r;>eis aan geweest zijn. Bij Socrates, Sozot/sNü.i, Theodoretus, Eusebius, en andere Kerkelijke gefchiedfehrijvers, vindt men veel van hem: in de fcheuring van Miletius koos hij op het laatst de zijde van Petrus, den Bisfchop van Alexandrijen, die hem Diacon maakte, maar men verdreef hem om zijn woelzieken geest, onder Archillas weèr aangenoomen zijnde werdt hij Ouderling, en bediende de Kerk Baucalis te Alexandrijen, waar hij roem behaalde met den Bijbel te vcrklaaren, Theodor. L. i. C. it ; met Alexander, den opvolger van Archillas leefde hij een geruimen tijd in vredé, maar toen deeze, een liefhebber van difputceren, eens in een gezelfchap van Ouderlingen gezegd hadt, dat dé Zoon het zelfde wezen met den Vader hadt, hicldt Arrius dit voor Sabellianerij, en beweerde, dat de Zoon van den Vader wezenlijk onderfcheiden was . door den Vader uit niets voortgehragt, doch die te gelijk hef verheevenjle wezen was buiten God, door wien al liet andere gefchapen was, waar uit blijkt, dat hij niet de leer van Origenes volgde, die uit Platonifche beginzelen meer van Sabellius hadt, gelijk men veelal Petavius nafchrijft, Dogm. Theol. T. 2. L. i. C. 8. p. 38, en dat men dit in tegendeel veel meer van Alexander moet vermoeden. Cudworth , Sijfth. intell. T. I. p. 676.

2. ) Veel gerucht hebben zijne gezangen gemaakt, reeds voor hem hadden andere ketters, BardiTsanes, en anderen, allerhande Volksliederen gemaakt, om hunne gevoelens onder het gemeen te brengen, dit volgde Arrius na, gelijk ons de Arriaan Philostorgius vertelt, H. E. L. 1. C. 2. maar onder die is vooral berucht een ftuk, Thalia gelieeten, dat op een Sotadife of zeer wulpfche maat, gefteld wa.s, men vindt 'cr eenige uittrekzels van bij Baronius ad. An-

num

Sluiten