Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 79 X

ten dat der Drie-éénheid, vrij rechtzinnig, een ander vait de Sociniaanen toe in het ontkennen van de Leer

der

nis, vergel. Weismann, H. E. T. i. p. 379 en de Centur. Magdeb. Cent. 4 C. 11. Het is waar, dat Valesius ons zegt, dat 'er twee Arriusfen geweest zijn, en het is zoo, beide waren zij Ouderlingen van Antiochien , en beide Ketters, maar dat dit ongeluk aan dien Arrius, van wien wij fpreeken, is overgekoomen, bewijst Basnage, Annal. pcUt. Eccl. T. 1. p. 759. Het geval is zonderling, vooral uit hoofde van den tijd, waar op het gebeurde: eevenwel zon ik , met de meeften , niet durven zeggen , dat het eene onmidlijke ftraf des hemels was, die zoo veele nog groover Ketters verfchoonde, of met Gregor. Nazianz. in laud. Athanaf. Orat. 27, dat het door het gebed van Alexander gefchied zij, hoewel ik aan de andere zijde ook niet kan zien. dat hem zijn Partij door vergif heeft omgebragt, gelijk Beausobre vermoedt, Bibl. Germ T. 39. p. 37 , en Maclaine waarfchijnlijk keurt, in de Aant. op Mosheim's JCerkel. Gifch. T. 2. p. 145, nooit is hier iets van beweezen.het was vruchtloos, daar zijn aanhang zoo fterk was, en Weismann heeft het tegendeel betoogd /. c , hoewel de bcfc'nuldiging oud is, ziet Sozomenus, /. c. vergelijkt verder Nieuwland, led. mem. T. 1. p. 198.

4.) Wat na de Arrianerij zelve betreft, veel kan men hier over vinden bij Athanas. T. i. opp. Epiphan. Haeref. 69, en de reeds aangehaalde Kerklijke Gefchiedfchrijvers, intusfchen blijft het waar, wat Macla-ine fehreef, /. c. p. 137, „ Doch onder alle deeze is 'er niemand, aan wien de gaave „ van onpartijdigheid, met recht, kan worden toegefchree„ ven ; zo dat de Arriaanfche Gefchiedenis nog eene pen noo„ dig heeft, die door oprechtheid beftuurd, en noch door „ liefde, noch door haat gedreeven wordt." Alleen meH ik, dat dan eens de Arrianen, dan de Rechtzinnigen malkander heevig vervolgden en op de Conciliën verdoemden . en dat deeze Ketterij een ongelooflijken voortgang maakte, intusfehen verdeelden zn zich in veele kleinere feéten, b v. de halve Arrianen, Eafebianen, Aetianen, Eunomianen, Acacianen, waarvan zommiücn na.icr bij de rechtzinnigen kwamen , anderen verder afweeken , doch allen daar in overéénftemden, dat zij den Zoon minder noemden, dan den Vader', hetgeen dereden is, waarom wij alle de Unitarii, die geene Socinianen zijn , dat is, die Christus voor meer da* eeu blont mensch.houden, en onder den algemcenen naam vaa

Sus-

Sluiten