Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 149 X

geefting, die, naar den trap van Inbeelding en Dwaas* heid, veranderd, gemodificeerd, en meer of min ongerijmd worden; gevaarlijker, naar maate de uitdruk-kingen gemocdlijkcr , de voortplanting ernftiger, en

de zeeden onöpfpraaklijker zijn (a). Dan, ik

merk, dat ik veel te breed ook hier zou uitwijden, bij aldicn ik U ophield met de beevende verrukkingen van Fox; de vreemde gevoelens van Keith, die, in het Jaar J665 eene hemetfche en eene aardfche menschheid in Christus ftelde; en de onverfchilligheid van Pen, die allen onder den naam van Quakers zijn begreepen (b): of zo ik met U omdoolde door de Idealen der Quietiften, onder welke ook gedeeltlijk de

bö*

Qa) Die belust is hier van de voorbeelden te zien, leeze het 2de, en bijzonder het 3de Deel van Arnold, gefchied. der Kerken en Ketteren, en hij zal in weerwil van de moeite, die Arnold zich geeft om de meeften te verdeedigen , zich verwonderen over de dwaasheid der menfehen , die hunne invallen voor Godfpraaken uitgeeven.

(T) Men leeze Lampe, H. E. L. 2. C. 14. $ 43. Croesius, Bist. Quakerifmi. WeisMANN. Hist. Eccl. Sec. 17. Part. 2. § 19. en bijzonder Walch , Misc. S. L. 1. Exerc, 6. § 12. — Zeer onderfcheiden van deeze voorgewende üpenbaaringen in zaaken van den Godsdienst buiten en tegen het woord, zijn buiten gewoone godsontdekkingen in bijzondere gevallen aan de oprechten, over Welke zijne verborgenheid is; die zeeker, hoogst zeldzaam, met de uiterfte voorzigugheid aan te neemen, maar echter niet volftrekt als onmoogelijk te verwerpen zijn: wat hier over te doen geweest zij met den Marpurgfcheu Hoogleeraar Jo. Henr. Hottingerus , vindt men in de Bibl. Brem. Clasf. 1. fase, 2. p. 152-159. Godvruchtig en voorzichtig is hier naar gewoonte , de uitfpraak van onzen Witsius , Mifc. S. L, 1. C. 24. § 38. waar mede men vergelijke Nieuwland , over de zeldzaame redding van Grijn^eus, die hier echter meest aan den dienst der Engelen denkt, Led. Mem. T. 3. C. 3. § 3- P- 95- en den Heer Hofstede , over de bijzonderheden, die men verhaalt van Knox, Bijzond. T. 2. p. 291—308 , cn over de hooge ondervindingen van Th. a Büakel , ibid. p, 308-322.

K 3

Sluiten