Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X i8a X

Leibnitz en Wolf zoo wel gekend hebben; eerst vermengt men, met Socm, Chriftendom en Reden, en eindelijk maakt men, met de Opklaarers, van het Chriftendom niets dan de Reden zelve. Zulk flag van Philofophen, die alles overfchreeuwen, zou Pijthagoras, in zijn tijd, ten minftcn vijf, indien geen zeven Jaaren, het zwijgen hebben opgelegd. Een

ander wil een Oudheidkenner, een Criticus zijn, hij las eens, dat groote mannen (a), met reden, beweerden, dat veele ftukken in Moses boeken, uit Aartsvaderlijke berichten en aanteekeningen, of uit oude liederen , onder beftiering van den Heiligen Geest, ontleend waren-, en nu vergeet hij den Heiligen Geest en zijne beftuuring, en redeneert voort: nu moet Moses, in het verhaal van fchepping en val, niet meer letterlijk verftaan worden , alles is beeldfpraak, dichterlijke inkleeding, fragmenten van de kindsheid der weereld. Uit die misvatting koomen weer andere: De denkbeelden van Moses en van het Joodfche Volk over God en Godsdienst zijn kinderlijk : in Chaldea leerde het Volk van de Wijsgeeren eerst beetere, fchoon nog onyolkoomen begrippen van God en de Geeftenweereld: en, wat het Nieuwe Teftament betreft, door gechriftende Jooden gefchreeven, al het ftootende daar in is — of, een overblijfzel van Moses kinderlijke denkbeelden, — of, van de dwaalingen, die de Jooden , gemengd met Magifche waarheden, uit Chaldea hadden medegebragt; — en, ten

flot-

(d) Men zie hier over Marck. Exen. Tcxt. i. part. 6. § i6, 21, Vitkinga, Obf. S. L. i. C. 4, 5- P.-Brouwer, Disp. phil. Theol. qua difquiritur, unde Moses res, m IAbro Genefeos defcriptas, didicerit, L. B. 1753. ook kwa.m in het zelfde jaar te Brusfel uit een welgefchreeven Anonijm gefchrift, genoemd Conjeftures fur les memoires ongmaux , dont il paroit, que Moijse s'est Jervi pw tompojar Ie hvrt de la Gencft.

Sluiten